Simkaart/LTE
De lader kan via een simkaart en LTE-verbinding met internet worden verbonden door eenvoudigweg de simkaart in de lader te plaatsen.
Voor gedetailleerde instructies, specificaties en vereisten voor de LTE-verbinding, raadpleeg de nieuwste versie van de Peblar gebruikers- en installatiehandleiding (Sectie 2.2).
LTE
Als een LTE-netwerkverbinding wordt gebruikt, plaats dan een simkaart. Opmerking: de simkaart kan al bij levering zijn geïnstalleerd.
Figuur 1 Locatie simkaarthouder
Tabel 1 LTE-frequentiebanden
| Frequentiebanden | ||
| Technologie | Band | Maximaal uitgezonden uitgangsvermogen (dBm) |
| (E)GPRS | 900 | 36 |
| (E)GPRS | 1800 | 33 |
| LTE | 1 | 23.7 |
| LTE | 3 | 23.7 |
| LTE | 8 | 23.7 |
| LTE | 20 | 23.7 |
| LTE | 28 | 23.7 |
| 802.11b/g/n | 2400 | 19.99 |
| RFID | 13.56 MHz | -8.2 |
(W)LAN
De lader kan via Wi-Fi of een LAN (Ethernet) verbinding met een netwerk en internet worden verbonden. Voor een optimale verbinding en netwerkstabiliteit wordt altijd aanbevolen de lader via Ethernet aan te sluiten. Dit is vooral belangrijk voor stabiele en betrouwbare load balancing, bijvoorbeeld bij gebruik van een Homewizard P1-dongle.
Voor gedetailleerde instructies, specificaties en vereisten voor een (W)LAN-verbinding, raadpleeg de nieuwste versie van de Peblar gebruikers- en installatiehandleiding (sectie 2.5).
De router moet 2,4 GHz-netwerken met WPA2-beveiliging en het b en a/g-protocol ondersteunen.
5 GHz, onbeveiligde en netwerken met een ander protocol werken niet.
Netwerkinterfaceprioriteit
Bij het verbinden met internet volgt de lader een gedefinieerde prioriteit:
- LTE / Mobiel / SIM
- Ethernet / UTP / LAN
- WLAN / WiFi / Wi-Fi
Dit kan mogelijk leiden tot een hoger dataverbruik op de LTE-interface. Als de lader eerst verbinding maakt met internet via bijvoorbeeld Ethernet, terwijl er ook een SIM is geïnstalleerd, blijft de lader verbonden via de Ethernet-interface, ook al heeft LTE prioriteit boven de Ethernet-verbinding.
Netwerkstabiliteit
Netwerkstabiliteit is belangrijk voor EV-laders omdat ze vaak afhankelijk zijn van constante communicatie met verschillende systemen om efficiënt te functioneren. Laders zijn doorgaans verbonden met een backoffice om effectief overbelasting van circuits te voorkomen en automatische facturering mogelijk te maken.
De netwerkstabiliteit is ook gerelateerd aan de signaalsterkte van het netwerk. Het wordt aanbevolen de signaalsterkte te meten op de gewenste locatie van de lader. Een minimum van -70 dBm (Decibel-Milliwatt) is vereist om de lader via Wi-Fi met een lokaal netwerk te verbinden.
Het wordt niet aanbevolen de lader direct met de router via WiFi te verbinden als de gemeten signaalsterkte lager is dan -65 dBm (bijvoorbeeld een score van -85 is onvoldoende).
Figuur 2 Schaal van signaalsterkte in dBm