De status-LED bovenop de lader laat zien wat de lader doet.
Geel: de lader start op, is nog niet in bedrijf gesteld, is niet beschikbaar of wordt bijgewerkt.
Groen: de lader is klaar voor gebruik. Er is geen auto aangesloten, of de sessie is nog niet geautoriseerd. Een groene flits met een piep bevestigt dat je RFID-tag is geaccepteerd.
Blauw, continu: de autorisatie is gelukt en de lader wacht op de auto, of het laden is gepauzeerd of klaar.
Blauw, pulserend: de auto laadt.
Rood, knipperend: er is een fout en laden is niet mogelijk.
Wat de rode knipperingen betekenen
De LED knippert rood in een herhalende reeks. Tel de knipperingen:
1 keer: onjuiste installatie of aardfout. Neem contact op met je installateur.
2 keer: interne fout. Herstart de lader via de webinterface. Komt de fout terug, neem dan contact op met je installateur of charge point operator.
3 keer: verbindingsfout met de auto. Haal de kabel uit de auto, en bij socketmodellen ook uit de lader. Controleer de kabel en stekker op vuil of schade en steek hem weer in. Is de kabel of stekker beschadigd, neem dan contact op met support. Blijft de fout, neem dan contact op met je installateur of charge point operator.
De precieze foutcode zie je in de webinterface. Zie Wat betekenen de foutcodes en hoe los ik ze op?